Peter Schrijft

Auteur Peter Boer is sinds 2015 lid van Voortuin Netwerk. Op deze pagina deelt hij zijn observaties.


Nieuwe leden stellen zich voor • 17 september 2019 / Het schrijven van een kort verslag van wat op de avond van Voortuin netwerk gebeurd is. De volgende dag is dat mijn eerste opdracht. In een klein notitieboekje maak ik nog ouderwets aantekeningen.  Maar echt! Ik ben het al een week kwijt en herinner me een paar vluchtige aantekeningen over vier verschillende manieren van voorstellen, pitchen tot een workshop. Al schrijvend probeer ik een rode draad te ontdekken. Dit is zeker geen kritiek op de avond. Ik denk dat dit juist de kracht is van dit kleine, intieme netwetwerk. Het eigenzinnig bepalen waar je onderneming voor staat.

Regien de Boer, die in korte tijd van een groep een geheel weet te maken, door ons te laten tellen en ritmisch klappen. Zo moet je dat dus kennelijk met een nog onbekende groep doen: iets vragen wat niemand verwacht. Een meer dan bijzondere opening van de avond. Communicatie en cultuurverandering is haar vak.

Dan is de buurt aan Wijgert-Jan van As. Ideeënmaker en fotograaf – Jouw idee in beeld. Hij is een fotograaf en verhalenverteller. Je hoeft niet lang te googelen om het met eigen ogen te zien. Stiekem ben ik een beetje jaloers op zijn verhalen achter waslijnen waar van alles aan hangt. Hij zoekt dan naar die kleine verhalen. Natuurlijk moet dat een boek worden. Wat mij betreft opgenomen in de serie blokboeken waarvan ik Boven Nederland in de kast heb staan.

Stilte in Coffeemania als Rinie van Leeuwen over haar onderneming therapie, coaching en massage begint. “In mijn begeleiding nodig ik je uit om je zelf meer gewaar te worden en daarna te luisteren.” Als groep staan we weer op. En ja, luisteren naar ons lijf. In het begin lijkt het even onwennig, vreemd, lacherig. Maar dat is natuurlijk niet waar: concentratie is het woord.

Een verademing als Sjaak Koopman de computerdokter opkomt om zijn pitch te houden. Ik zeg pitch maar het is ietsje langer. De laatste dagen denk ik veel aan Sjaak Koopman. En dat mooie woord van hem: sprokkelen. Het klinkt als een lang vergeten woord uit de mond van iemand die werkelijk met zijn tijd is meegegaan. De telefoon van een klant niet meer opneemt. Sjaak Koopman ziet het mailtje vanzelf binnenkomen. Een telefoontje kost alleen maar meer tijd. Ik vind dat knap. Sjaak en ik zijn van dezelfde generatie. Hij lacht me uit. Ik met mijn met mijn malle notieboekjes, ga toch digitaal.


Mindfull in het Noorderpark • 23 mei 2019 / In het Noorderpark luisterden we naar de stem van Jeltje Berends: een mindfulnesstraining over stoppen, stilstaan en ademen, je aandacht weer in de focus en ‘thuiskomen bij jezelf.’ We stonden weer op, hinkten wat op ons linker- en rechterbeen. Even later gingen we weer zitten, sloten onze ogen en luisterden naar ons lijf. Ik hield mijn ogen nog even open en zag een konijn in het veld huppelen en twee blauwe reigers die, met hun kenmerkende vlucht, neerdaalden op het gras.

Iedereen heeft wel eens last van stress; een nieuwe opdrachtgever, een presentatie voor een groep, net weer die ene deadline, of het zoveelste acquisitiegesprek. Er zijn toch van die dagen dat het echt niet gaat. Zo hoorde ik een tijdje terug bij Vroege Vogels de column van Onno Blom. “Als het schrijven niet meer gaat, dan moet je naar buiten. Sterker nog, al vóór het schrijven niet meer gaat, moet ik naar buiten. Elke wandeling levert een pagina op, elk pad een zin en elke stap een woord.”

In het Noorderpark leek het een gewone doordeweekse avond met fietsers, joggers, wandelaars, honden aan de riem, vissers op weg naar de Forellenvijver bij de Ruigenhoeksedijk en vogelaars met hun verrekijker om hun nek, om de ijsvogel nu wel een keer te spotten. Ons groepje mensen, liggend op een kleedje in het gras, viel helemaal niet op.
Nog halverwege in kleermakerszit herinnerde me ineens een gesprek, dat ik met een moeder en zoon met Asperger voor mijn boek Het Rain Man-cliché had:
“Mindfulness? Ik zie het je denken. Nee, het is niet vaag of zweverig. Je moet je er wel voor openstellen. Ik heb nog niet zo lang geleden de stap gezet. Het is bewust worden van het hier en nu. Mijn zoon en ik hebben samen de training gedaan. Ik probeer hem ook te leren dat hij een paar keer per dag, niet langer dan een kwartier, rust in zijn hoofd brengt. Even de dingen langs je heen laten gaan.”

Over de workshop van Jeltje hoorde ik later iemand zeggen dat het een magische avond was in het Noorderpark. Een zoele avond in mei waar het begon te schemeren, je de geluiden van vogels en kikkers nog scherper hoorde, vergat om een foto van een vlucht ganzen te maken. De volgende dag liep ik met mijn hond door het Noorderpark. Vlak voor ons uit sloeg een blauwe reiger zijn vleugels uit. Hij heeft het misschien allemaal gezien, hoe er eerst op kleedjes gelegen werd, en toen later de stilte voorbij was, datzelfde groepje mensen met hun meegebracht glas vrolijk kletsten bij de picknicktafel.


Workshop Schrijf een gedicht, door Fred Penninga • 28 maart 2019 / Aan het begin van de avond legde Fred vanachter het katheder in Coffeemania het Pantoum uit als een appeltje en een eitje. Hij is een echte fan van deze vorm. Er wordt al gesproken over een genootschap Pantoumdichters. Ook wij zullen vanavond een Pantoum maken. Een eerste en wellicht een tweede als we de smaak te pakken hebben. Het ging mij toch weer iets te snel.

Vooraf aan de workshop van Fred Penninga, schoot ik thuis kriskras nog een paar poëziebundels door. Ik weet dan al dat Fred het vanavond over de oudste dichtvorm die er bestaat zal hebben: de Pantoum. De Pantoum bestond als een mondelinge traditie, zowel gezongen als gereciteerd. Het is opgebouwd uit vijf kwatrijnen. Het gedicht rijmt niet, maar zegt toch veel. Juist door dezelfde regels te laten terugkeren in ’n andere context. Prachtige volzinnen zijn niet nodig. Het lijkt op het eerste gezicht zo eenvoudig. Het is belangrijk dat je opschrijft wat het eerst in je opkomt, zonder jezelf te corrigeren. Dat kan altijd later nog als woorden en zinnen nog niet echt lekker lopen. Even dacht ik aan Willem Wilmink toen ik door zijn bundel verzamelde liedjes en gedichten bladerde. Wilmink vloekte en zuchtte en ramde op de typemachine de allermooiste gedichten. In de bundel hoopte ik dat hij misschien ook een Pantoum geschreven had. Je kunt er van alles in vinden, maar helaas. De bundel met 1420 bladzijde is wat veel aan het einde van de middag.

“Zo moet het,” doceerde Fred vanachter het katheder nog. Hij had er echt zin in.

  1. . . (maak een zin die met ‘Ik’ begint en noem er je kernwoord in)
  2. . . (beschrijf waar je nu bent)
  3. . . (beschrijf wat je om je heen ziet)
  4. (beschrijf wat er met jou gebeurt in verband met je kernwoord)
  1. Is gelijk aan regel 2
  2. Geef je gevoel aan over regel 2; wat doet dit met je?
  3. Is gelijk aan regel 4
  4. Geef je reactie op regel 7
  1. Is gelijk aan regel 6
  2. Geef je gevoel aan over regel 2; wat doet dit met je?
  3. Is gelijk aan regel 8
  4. Hoe is dat?
  1. Is gelijk aan regel 10
  2. Hoe voelt dat?
  3. Is gelijk aan regel 12
  4. Wat is je reactie daarop?
  1. Is gelijk aan regel 14
  2. Is gelijk aan regel 3
  3. Is gelijk aan regel 16
  4. Is gelijk aan regel 1

Hij koos voor het thema Boekenweek. Om mij heen zag ik dat al geschreven werd. Ik vermoedde dat Fred het volgende voor ons in petto had. Zo iets als vroeger, dat je voor de klas je opstel moest voorlezen. Het gebeurde dat we 1 voor 1 een voordracht hielden. Er zaten mooie Pantoums bij over lezen, stilte, Coffeemania als zinderende ruimten, over het kijken naar de schilderijen met koeien. Het riep mooie beelden en herinneringen op. Mijn zinnen lieten zich nog lang niet vangen door het zo iedereen-kan-het Pantoum. Het kraakte aan alle kanten. Laat op de avond sloeg ik Wilminks bundel weer open en las April. Het staat ver af van een Pantoum. Wat doet het er toen. Fred Penninga leerden ons anders kijken. Ook dat is poëzie.

http://stadsdichtersgilde.nl/


Workshop Check je website • 31 januari 2019 / De workshop van Babet Beune is een om te onthouden. Wat we van haar leerden is dat een website meer is dan het vertrouwde visitekaartje. Het min of meer de etalage is voor wie je als ondernemer bent. En toch bij het rondje voorstellen aan het begin van de workshop was niemand die zijn website noemde. Zo iets doe je natuurlijk niet.

Op de druk bezochte avond in Coffeemania viel voor mij niets te checken. Mijn website was niet meer dan een archiefkast met stukjes. Een update schoot er domweg bij in. Gelukkig zat ik naast Gerdine Griffioen. Zij heeft wel een website over haar onderneming in tuinadvies. Samen keken we naar haar website.

Hoe lees je dan ineens je website? Het was zo vertrouwd, zo logisch van opzet. Een tekst moet niet te lang zijn. Een tekst zonder franje waarin geen woord te veel wordt gezegd.

Zou je dan ook van een websitetaal mogen spreken? Wij vroegen dit het ons af. En is een website inderdaad niet meer dan een klerenkast met laatjes, vakjes en een roede om daar van alles aan op te hangen, zoals Babette een website aan het begin van haar workshop omschreef.

De tips hoe het misschien anders kon kwam vanzelf. In dat krappe uur workshop zag ik Gerdines website al een beetje veranderen. Haar teksten werden scherper. Een mooie balans tussen foto’s en tekst. Het slotje in de balk waar Babette over sprak, daar hadden we misschien weleens over gehoord maar niet geweten hoe je dat moest toepassen. Nu wisten we de urgentie daarvan.

Voor ons bleef wel de vraag terugkeren op welke manier je lezers aanspreekt. Doe je dat formeel of je- en jouwen we er maar op los? Het kleine uur workshop was daarvoor veel te kort. Tot de laatste ronde werd in Coffeemania nog veel over websites gesproken.

‘Een goede webtekst wordt gevonden door zoekmachines. Daarom weet ik waar een goede tekst aan voldoet om gevonden te worden: SEO (zoekmachine-optimalisatie). Een goede tekst is kort en krachtig. Iedereen moet al zo veel lezen. Dus waarom een heel A4 schrijven wat ook in 3 alinea’s kan,’ lees ik de volgende dag op Babets website. Ik ben niet de enige geweest.


Wandeling op het Werkspoorkwartier • 16 december 2018 / Het is een troosteloze zondag als we een wandeling op het Werkspoorkwartier maken. Die dag is zo mooi begonnen met een dun laagje sneeuw. De dooi doet alweer gauw zijn werk en door de wind is het koud. Een dag om binnen te blijven. Wij zijn er om met Tony Schoen langs de monumentale gebouwen op het terrein van het voormalig Werkspoor te lopen. De gebouwen krijgen een anders functie; ze worden her-ontwikkeld en er is ruimte voor creatieve ondernemers. Het Hof van Cartesius is daar een aansprekend voorbeeld van. In een van de ruimtes werkt Tony voor een paar dagen in de week aan de voltooiing van het Werkspoorkwartier. Hij won nog niet zo lang geleden met dit project de ABN Amro Circular Economy Award.

Het zijn de kleine veranderingen die mij opvallen. Een stoeptegel met daarin Werkspoorkwartier gebeiteld en een lange strook gebroken wit, nog vuiler door de dooi: Het Werkspoorpad.

Namen als Schaverijstraat, Vlampijpstraat, Nijverheidsweg en Tractieweg zijn voor mij verbonden met wat Werkspoor ooit was. In wat nu de Werkspoorkathedraal heet, werden treinstellen gebouwd door bijvoorbeeld mijn opa. Eind jaren zestig van de vorige eeuw hield het allemaal op. Het werkspoorterrein bleef desolaat achter. Gelukkig kwam niemand op het idee om de gebouwen allemaal te slopen.
Ook het gebouw aan de Vlampijpstraat bleef al die jaren overeind. Het ziet er nu nog niet aantrekkelijk uit. Voor de Vlampijpateliers is het goed genoeg om in te kunnen werken. Even stond ik stil voor dat gebouw. Als bouwkundige tekende mijn vader dit gebouw in een tijd dat het nog niet voor te stellen was, dat Werkspoor ooit zou ophouden te bestaan en het dan voorgoed erg stil zou worden op de Schaverijstraat.
Ik liep verder en dacht aan mijn vader, die gebogen voor zijn tekentafel, de eerste lijnen op papier zette en misschien in zijn hoofd met Gerrit Rietveld een gesprek voerde over de lichtinval door de ramen. Nooit zijn we later bij die plek op het Werkspoorterrein geweest. Ik herinner me wel dat we samen met een volle auto op een drukke zaterdag naar het afvalscheidingsstation reden. Ook toen spraken we niet over wat hij zag op het Werkspoorterrein. Pas na zijn dood ontdekte ik dat hij een allesbewaarder was. Na de wandeling met Tony liep ik nog eens door zijn kleine archief. In een album vond ik allemaal foto’s van mannen aan het werk alsof Cas Oorthuys over zijn schouder mee gekeken had. Uit het fotoalbum vielen bouwtekeningen van het kantoor dat hij tekende. “Hergebruik, jongen, dat is de toekomst.” Hij was zijn tijd vooruit.

www.werkspoorkwartier.nl
www.nederlandsfotomuseum.nl


Open Space • 8 november 2018 / “Als zzp’er in dienst van je zelf kun je beter geen tijd verspillen, hoewel tijd nooit wegraakt.” Dit schreef Remco Campert. Dit was wellicht een mooie vraag voor Open Space geweest. Het efficiënt omgaan met je tijd. Ik worstel er vaak mee. Waar Open Space werkelijk voor stond: ik wist het nog niet. Om erachter te komen googelde ik eerst maar wat op het net. “Open Space zijn niet meer dan bijeenkomsten, tijdens een interactief proces. Ervaringen en behoeften, knelpunten en verbeterpunten van cliënten en professionals worden in beeld gebracht.” Er begon me iets te dagen. Open Space is de wat langere koffiebreak waar iets moet.
Ik googelde nog wat en lees over het geheim van die koffiepauze. Langzaam drong het tot me door. Checkte mijn mail van dit netwerk en begreep dat ik mijn vraag eerder had kunnen stellen. “Mail Cosima Kliebenstein, heb je een vraag, mail dan je vraag. Cosima begeleidt de avond. Vergeet niet je iPhone mee te nemen. Afhankelijk van de opkomst kunnen 3 – 5 vraagstukken worden opgepakt.”
Ik hoopte op een grote opkomt. Dan hoefde ik mijn hoe-zo-efficiënt-met-je-tijd-om-te- kunnen-gaan-vraag niet te stellen.
Een wat algemenere vraag dan maar. Een vraag over dit leuke, kleine en soms intieme netwerk.
Wat kan de meerwaarde zijn om er aan deel nemen? Wat wil je met een netwerk? Hoe bekend is het? Zijn er wel genoeg leden? Hoeveel zzp’ers wonen en werken in Noordoost? Is het noodzakelijk om dit in kaart te brengen? Ik delete mijn vraag weer. Maar toen Cosima aan mij vroeg of ik over een vraag had nagedacht, floepte mijn vaak bereden stokpaardje eruit. Cosima vond het een goede vraag. Even later stelde ik op haar verzoek de vraag nog een keer. Er was voldoende op gestemd. Dat verbaasde me wel. Aan tafel zat ik met paar voortuiners. Notities werden gemaakt, steekwoorden op een groot stuk papier, met viltstift, eigenlijk heel ouderwets. We raakten op dreef. Hoeveel zzp’ers wonen en werken in Noordoost? Wij vroegen het ons nog eens af. Ik dacht ineens aan de plattegrond van Utrecht Noordoost die een paar dagen terug op de deurmat viel. Waarom het wijkbureau ineens met deze plattegrond voor de dag kwam? Niemand wist het. Een andere vraag was waarom het ons netwerk niet wordt genoemd? Dat gaan we dan maar zelf doen. Zo besloten wij om kleine stipjes te zetten op de plattegrond waar zzp’ers wonen en werken. De plattegrond lag natuurlijk thuis. De Open Space gaat gelukkig op herhaling. Dan kan ik mijn eerste vraag met een beetje hulp van de oude Campert wel stellen.


Nieuwe leden stellen zich voor ● 13 september 2018 / Vanmorgen las ik de column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant. Ook is ze heel goed in cijfers. Ik probeer het op mijn manier te snappen. Maar vanmorgen duizelde het getal 1.060.000. Achter het getal zitten allemaal zzp-ers. Zouden alle 1.060.000 zzp-ers netwerkbijeenkomsten bezoeken? Hoeveel zijn er al niet in de stad in Utrecht? Wat bieden ze, behalve consumptiebonnen, bittergarnituur en een ongevraagd selfie waar je toevallig op staat. Op de foto slaat iemand nog net zijn arm om je heen. Wie was dat? Het staat op twitter. Je bent er geweest. Het valt niet langer te ontkennen. Is het Voortuin Netwerk dan echt zo anders? Dat is het naar mijn idee wel. Vooral op die ene avond in september. De avond waar een paar leden van Voortuin Netwerk vertellen over hun werk.

Wat gebeurde er op deze avond? Vertellen over je werk als zzp’er, 1-pitter. Het heeft soms iets weg van vroeger toen je voor de klas stond en een spreekbeurt hield. Natuurlijk hoopte je dat het snel voorbij was, er niemand met zijn stoel wipte. Dat de notoire pestkop om je verhaal te versjteren er die dag er gelukkig niet bij was. Een USB-stickje bestond nog lang niet.

Misschien dat deze avond voor mij vooral over handen ging. De handen van autorijschoolhouder Marc van Voorn. Hij vertelde heel rustig over zijn werk en waarom hij alleen werkt. Ik zag Marcs handen aan het stuur. Terwijl hij rustig vertelde herinnerede ik me weer een paar namen van mijn rijinstructeurs, die ruim dertig jaar geleden onverhoeds ingrepen. Een ingreep die ik later pas doorhad. Het werden veel lessen. Opnieuw werd ik geconfronteerd met handen, toen Marie-Alice Storimans van Heel je bewustzijn, haar presentatie afsloot met een oefening om je handen met elkaar te vergelijken. De handen onhandig tegen elkaar aan. Ook de handen en ogen van fotograaf Marike van Pagée tonen veel foto’s en verhalen. Verhalen die ik langer had willen horen dan de afgesproken tien minuten. Bij Simon de Wilde en Marlies Dinjens, van de Kwartetwinkel, zag ik hun handen. In de hete zomer werkten ze door om het kwartetspel te voltooien. Een kwartetspel voor Overvecht en Amsterdam. Iedere stad z’n eigen kwartet. “Doe mij maar de Kleine Singel?” Dan de beurt aan Gideon Boekenoogen van HR22 Organisatieadvies. In mijn ogen een bedrijvendokter. Hij adviseert, analyseert, enthousiasmeert en observeert, ziet veel gezichten en schudt net zoveel handen. Ik zou nader met kennis hem moet maken om meer over zijn werk te kunnen zeggen. Misschien is daar Voortuin Netwerk juist voor bedoeld?


Natuurwandeling in het Griftpark ● 7 juni 2018 / De aankondiging van Margriet Dings Natuurwandeling riep bij mij direct associaties en herinneringen aan heel vroeger op toen ik nog met een determineertrommeltje op mijn manier kruiden uit mijn hoofd probeerde te leren kennen. Ook bewaarde ik van dat alles in een groot dik boek: van een blaadje van de Ginkgo biloba, een boterbloempje, sint-janskruid tot zuring. Ik had geen flauw benul van wat je er nog meer mee zou kunnen doen. Behalve dat ik wel wist dat weegbree goed was als ik weer eens onhandig langs een brandnetel was gelopen. In de loop van de jaren leerde ik wel wat bij. Bijvoorbeeld dat Ginkgo biloba goed is voor het geheugen en dat Sint-janskruid goed werkt als je neerslachtig bent.

Ik las Margriets aankondiging nog eens door en associeerde ondertussen nog maar wat voor me uit. Over mijn boek met gedroogde planten en het determineertrommeltje zou ik tijdens de natuurwandeling in het Griftpark tegen niemand wat zeggen. Tegen Margriet al helemaal niet. Zij weet meer van kruiden dan ik ooit zal weten. Het is haar vak. Na een omscholing werd ze van fysiotherapeut natuurgenezer; ze adviseert, helpt mensen en geeft workshops. Die workshops moeten niet te groot zijn. Vijftien mensen is wel de maximale grootte van een groep om te ruiken en te proeven. In de Griftsteede werd dat lastig, met onze groep van bijna 30 deelnemers. Margriet loste dat heel mooi op door een paar groepjes te maken. Zo dwaalden verschillende groepjes door het Griftpark, met verschillende opdrachten om naar kruiden te zoeken.

Wandelen door het Griftpark is dan ook herinneren. Wanneer was ik hier echt voor het laatst? De laatste keer misschien toen mijn kinderen nog jong waren en hun moestuintje hadden. Ik zie nog mijn zoon van zes met zelf geteelde worteltjes thuiskomen. Dat is al bijna vijftien jaar terug. Een paar jaar geleden liep ik met de hond nog een enkele keer door het Griftpark. Echt kijken naar de kruiden? Nee dat deed ik niet; de kennis van wat ooit in mijn determineertrommeltje zat, was verdwenen.

Na de wandeling keerden we terug. We roken een exquise kruiden omelet en mochten natuurlijk ook proeven! Door sommigen werd een kop kruidenthee gemaakt. Philippe Claudel beschrijft in zijn boek Geuren in 63 korte stukken geuren uit zijn verleden. Ze roepen een vergeten wereld op waar nog flarden van bestaan: zoete en bittere geuren. Later op de avond pakte ik het boek uit de boekenkast en las een paar stukken waarin hij onder meer over grillige velden in juni schrijft.

Wat een natuurwandeling op een vroege zomerse avond al kan doen. Voor mij was dat vooral herinneren van kruidige geuren van vroeger.


Filmen met je mobiel ● 5 april 2018 / “Woorden alleen zijn maar woorden. Woorden met bewegend beeld, daar win je de kijker mee. Voor jou. Voor je product. Of de videovakvrouw helpt jou je verhaal de wereld in te slingeren. Toegankelijk, leuk en effectief..” Dit zijn woorden van Elisabeth Griffioen, de videovakvrouw. Het is niet slim om juist deze woorden van haar website over te tikken. Want moet ik het niet hebben van juist mijn eigen woorden? Dat ene bijna volmaakte stukje: woorden tellen, zinnen toch schrappen, knippen, plakken, zodat de lezer het stukje wel leest en later misschien zegt: dat leest best lekker. Ik vind lekker in dit verband altijd een lastig woord. Kun je een bewegend beeld ook lekker noemen? Ach, misschien moet ik het niet al te letterlijk nemen.

Mijn iPhone maar gewoon weer pakken en beginnen zoals Elisabeth ons dat in coffeemania leerde. Je moet je ertoe zetten en overzetten, vertelde ze aan me toen we tijdens haar workshop oefenden met eigen iPhone en ons op grootscherm verre van gelukkig zagen schitteren. Vooraf had ze haar zeven punten genoemd waar je op moet letten. Ik ga ze niet herhalen en verwijs naar haar website.

Een filmpje maken van 1 minuut is niet niks. Het voelde als een elevator pitch. Ik zwetste maar wat over het schrijven van een stukje en dat je er altijd langer mee bezig bent. Aan Elisabeths zeven punten natuurlijk niet gedacht en verkeerd in de camera gekeken. Mijn medefilmer hield mijn iPhone nota bene nog zo goed vast. Mijn gezwets was gelukkig niet verstaan. Ik riep bij voorbaat al: Delete! Het was al gebeurd. Alle takes voor de ‘one minute’ bleven binnenkamers.

Op een avond als deze is het grote probleem dat je te veel naar je zelf kijkt. Het gefilm als gebrekkig talent naar de prullenbak verwijst. Dat is natuurlijk niet terecht, want ik zag wel degelijk op het grootscherm een paar goede minuten van medefilmers voorbijkomen, mooie verhalen precies binnen de minuut, naturel. Ik mis eenvoudig de handigheid om zoiets te kunnen. Ook al riep er ooit iemand dat ik ‘mijn product’ op YouTube moest knallen. Ik vertelde hem maar niet dat er wel wat bewegend beeld van me op internet bestaat. Gelukkig moest ‘ie toen heel hard gaan zoeken. Onvindbaar. Zo een opvallende naam heb ik nu ook weer niet. Het filmpje zelf terug zien evenmin. De figuur op het scherm komt me niet bekend voor. De stem lijkt van iemand anders. De stem klinkt alleen in mijn hoofd. De gebaren, bewegende handen, mijn hoofd altijd iets naar achteren, waardoor de kin nog meer opvalt, herken ik alleen als een pasfoto moet worden gemaakt. “Kin naar beneden. Dank u wel.”

Toch heb ik van de videovakvrouw een paar dingen geleerd. Door het gewoon te gaan doen. Maar vandaag stelde ik het alweer uit. Liever begon ik dit stukje te tikken. Tussendoor keek ik zo nu en dan naar de website van de videovakvrouw. Het is een mooie website met beeld, geluid en woorden. Ze heeft zichzelf een paar jaar geleden zonder angst, zonder gêne de wereld in geslingerd. Vanaf nul begonnen. Het vak geleerd. Ik vind dat knap.

www.devideovakvrouw.nl


Crowdfunding ● 1 februari 2018 / Eerst twijfelde ik of dit wel de juiste avond was. Het leek zo donker toen ik door de hal van station Overvecht liep. Het was de hele dag koud geweest. Een paar keer had ik in mijn agenda gekeken om het zeker te weten. Maar het stond er echt: crowdfunding!
Even later zat ik in Coffeemania met koude vingers naar mijn iPhone te staren. Ik twitterde een beetje voor me uit over de aankomende avond en klapte het hoesje van mijn telefoon dicht. Niet veel later bliepte er iets. Een nieuwe volger: Crowdfunding.biz #business#network#publications & resources for #crowdfunding #professionals. Santa Monica, CA.

De avond met Eva Leen ging beginnen. De energie spatte er meteen vanaf. Eva noemt zichzelf sociaal ondernemer in communicatie, advies, onderzoek en strategie in het sociaal domein. “Bij alles wat ik doe, geloof ik in eerlijkheid en duidelijke communicatie. Ik zet me met veel enthousiasme en strategisch handelen in voor de maatschappij.”

Tijdens haar studie begon Eva na te denken over communicatie en de rol van crowdfunding. Ze miste nog veel invalshoeken en werkwijzen. Daarom ontwikkelde ze een stappenplan voor projecthouders. In 2013 schreef ze daar haar scriptie over die te downloaden is via www.evaleen.nl/crowdfunding.

Crowdfunding is eigenlijk niet meer dan dat je een mooi plan hebt en daar geld voor vraagt. Je probeert mensen te vinden die in je verhaal geloven en met je mee willen dromen om je plan te verwezenlijken. Voorbeelden van succesvolle (voltooide) acties voor crowdfunding in mijn stad zijn: Donker Utrecht, Het Muzieklokaal en het boekje van Desiree Meulemans: Op een bankje in Utrecht – fotoboek, 50 bankjes, verrassende ontmoetingen.

Dan maakt Eva met een ouderwetse flipover haar stappenplan concreet. Al gauw deelt een van de aanwezigen zijn droom. Hij wil in Colombia boomhutten gaan bouwen. Een mooi plan, een heel mooi verhaal, een persoonlijk verhaal. Dan komt het onderwerp ‘geld’ ter sprake. Hoe zichtbaar is het plan al? Terwijl ik notities maak, hoor ik dat de bedenker van het plan op Facebook vlogt. Als je zo’n vlog bekijkt, kan het niet anders dan dat je wordt geraakt door het plan. Toch komt er voor mij geen vakantie naar een boomhut in het tropisch regenwoud. Millennials zijn de doelgroep. Ik ben te oud.

Maar Eva’s stappenplan leerde mij wel na te denken over crowdfunding. De volgende ochtend keek ik naar het filmpje van Het Muzieklokaal aan de Bemuurde Weerd Oostzijde. Op een tijdelijk terras speelt iemand een cello suite van Johann Sebastian Bach. In twee minuten en vijftien seconden is het plan duidelijk: een relax-café waar je naar klassieke muziek kunt luisteren. Het werd een succes. Zo kun je met crowdfunding bereiken wat je wilt. Ook die boomhutten in het tropisch regenwoud zullen er komen.

www.hetmuzieklokaal.nl
www.donkerutrecht.nl
www.desireemeulemans.nl
www.opeenbankjeinutrecht.nl
www.facebook.com/bluedothostel


Een cremette ● 9 november 2017 / Op de ‘Uitvaartavond’ vertelden Caroline de Bruijn en Narda Delhaas van Amenti Uitvaartverzorging en Sandra van der Pas van Passage uitvaarten over hun werk. Allen hadden eerst ander werk gedaan. Ze waren nog niet met hun presentatie begonnen of ik probeerde me hun dagelijks werk al voor te stellen; in gedachten dwaalde ik ook over De Nieuwe Ooster Begraafplaats in Amsterdam. Daar staat een klein monument ter nagedachtenis aan twee vrienden. Ik heb nog eens naar De Nieuwe Ooster gebeld en gevraagd of het nummer nog klopte. Ik was er zo lang niet meer geweest. “Nee, ze liggen eigenlijk niet,” probeerde ik en hoorde dat het onhandig klonk. Roos, van De Nieuwe Ooster, zei heel vrolijk dat dit wel klopte: “Een urn staat.”

Een paar maanden geleden was ik de op De Nieuwe Ooster. Op zondagmiddag slenterde ik met een groepje wandelaars door het Amsterdam-Oost waar Theo Thijssen (1879-1943) heeft gewoond. Het eindpunt was De Nieuwe Ooster Begraafplaats. De gemiddelde leeftijd van de wandelaars was hoog; zij kenden Theo Thijssen, de schrijver van het boek over Kees de jongen. Kees was een dromerige jongen; ik heb me nog lang in hem herkend. Thijssen is al in 1943 overleden; lang geleden, maar niet vergeten. Een graf voor eeuwig heeft hij niet gehad.

Hoe werden de doden in 1943 begraven? Bestond er al een persoonlijke uitvaart? Tot 1955 lag Thijssen voor de duur van tien jaar in een eenvoudig graf. Sinds 2005 staat op die plek een beeld dat Jan Wolkers maakte. Naast dat beeld liggen de graven van Mies Bouhuys, Jan Blokker en Willem Breuker. Voor de Theo Thijssen-wandelaars waren klapstoeltjes neergezet. Aan iedere stoel hing een papieren tasje met daarin een flesje water en Het Stenen Archief, een mooi boekje met een voorwoord van burgemeester Eberhard van der Laan. Ik groette mijn medewandelaars en nam het tasje mee. Ik ging op zoek naar het monumentje ter nagedachtenis aan mijn vrienden; het nummer moest nog kloppen. Het begon licht te schemeren toen ik werkelijk geen idee meer had waar de uitgang was. Het monumentje bleek onvindbaar; de nummers liepen eerder af dan op. De hekken bij de hoofdingang zouden over een paar minuten sluiten. Als een jogger begon ik voorzichtig te rennen.

Op de Uitvaartavond hoorde ik Caroline en Sandra vol passie over hun vak vertellen. Ook een avond waar ik, behalve aan De Nieuwe Ooster, aan andere crematies terugdacht; aan mijn vader die het ‘cremettes’ noemde. “Jij regelt het, hè jongen?” zei hij mij. Ineens proef ik weer een stukje haring op roggebrood. Zijn cremette was op een vrijdag. Het was een traditie om dan haring te eten. Op de Uitvaartavond van Caroline en Sandra rolde een stukje Délice de Bourgogne mindful over mijn tong. Kaasboer Ruud Kuurman vertelde hoe je kaas moest proeven. Ik hoorde Caroline nog iets zeggen over GPS op natuurbegraafplaatsen. Hoe moeilijk graven daar soms zijn terug te vinden. De Nieuwe Ooster is geen natuurbegraafplaats. Ik zweeg maar over mijn zondagmiddag-dwalen. Het stukje Délice de Bourgogne rolde nog een keer over mijn tong.

Tips en links:
Uitvaart Museum Tot Zover

De Nieuwe Ooster Begraafplaats
Kruislaan 124
1097 GA Amsterdam

Theo Thijssen, De Zwembadpas
Het allermooiste proza van de schrijvende schoolmeester in bijna 300 pagina’s dundruk.
2017, www.vanoorschot.nl

www.passageuitvaarten.nl/verhaal/gemeentelijke-begraafplaats-utrecht


Menkvelds shuffle ● 14 sept 2017 / Bovenaan de trap en de glijbaan van station Utrecht Overvecht hangt een tableau met de Watertoren en de skyline van wat toen Maartensdijk was. Op een doordeweekse dag lijkt de hal van het station verlaten; niemand blijft er voor zijn plezier hangen. Maar zo af en toe ontmoeten ondernemers uit Utrecht-Noordoost en Overvecht elkaar hier. Bijna te laat stap ik Coffeemania binnen, waar vijf eigenzinnige ondernemers zich vanavond voorstellen. Voor mij is er achterin nog een stoel vrij. Uit de keuken klinkt gestommel.

De presentatie roept herinneringen aan de jaren negentig op. Jan Willem Menkveld loopt heen en weer. Ik hang weer voor de tv en zie Elco Brinkmans shuffle; geforceerd en onhandig. Menkvelds shuffle is niet onhandig. Ook al kijkt hij gespeeld naar zijn IPhone. Hij is dit trucje als advocaat gewend. Een slotpleidooi binnen 10 minuten met applaus.

Op het scherm ineens Donald Trump. De presentatie van Marco van den Doel van De Communicatiefabriek. Wat wil hij ons vertellen? Het is de aversie tegen Trump die mij de das om doet. Liever zie ik een cover van Joost Swarte voor The New Yorker. Helaas hoor ik De Communicatiefabriek daar niet over. Maar nu doe ik Marco te kort. Hij heeft mooie heldere websites en is als Amerika-deskundige op YouTube te zien. Dan ben je leuk bezig.

Trump is gelukkig al lang weer uit beeld als de Dansende Dames van Zus van Zand op het scherm verschijnen. Dankzij een crowdfundingscampagne reist ze nu met haar werk door het land. In mijn kleine stadstuin wil ik wel op een van haar dansers passen.

Vanuit de keuken klinkt opnieuw gestommel als Cosima Kliebenstein enthousiast met haar Power Point begint. Een alleskunner, adviseur, trainer, coach. Ze geeft na haar presentatie een kaartje mee. Dat verdwijnt in mijn jaszak. Al vroeg ga ik naar huis. Laatkomers moeten niet blijven hangen. Thuis leg ik Cosima’s kaartje op tafel. Het blijft er nog lang liggen.